Startpagina > Het Noordstation

Het Noordstation

Niko Strijbol

Uitgebracht op
Bijgewerkt op

nmbs

Vanouds werden spoorhoven opgetrokken aan de zomen van de stedelijke toewas. Zelfs vandaag is dat in steden als Londen en Parijs het geval: nimmer treft men de spoorwegkathedralen aan in het middeleeuwse centrum. Hetzelfde gebeurde in de Europese hoofdstad Brussel, tot in de jaren vijftig der vorige eeuw. Toen werd de stad opengereten voor de (destijds zeer) omstreden aanleg van de Noord-Zuidverbinding. De drie grote hoven die deze as sieren zijn vernoemd naar hun locatie: Brussel-Noord, Brussel-Centraal, en Brussel-Zuid. In latere tijden wordt deze kaalslag van Brussel wel eens aangeduid als het begin van de verbrusseling. Dat is een benaming voor de bouwwoede en algemene minachting van het erfgoed in Brussel, met hoogdagen in de jaren zestig en zeventig.

Doch laten we daarover niet verder uitweiden. Aandachtig toeven we veeleer bij het dikwijls ondergewaardeerde Noordstation. Voor zulke geringschatting laat zich een rits aannemelijke oorzaken aanwijzen. Eerst is er de verloederde staat der belendende oorden, mitsgaders een vermeend gevoel van onveiligheid rondom dit spoorhof. Minder gelukkig was in de loop der tijden het lot dat het bouwwerk zelve beschoren was: de gevel werd grotendeels aan het oog onttrokken door andere bouwsels. Daarnaast is het station jonger dan stations in pakweg Parijs of Londen, dus wordt het veelal architectonisch minder belangwekkend bevonden. In eigen land geniet bijvoorbeeld Brussel-Centraal vaker de belangstelling als het gaat om het architecturale.

We vangen aan met een kleine omweg langs de totstandkoming van het huidige station, die ons allereerst terugvoert naar de eerste trein van het vasteland. Vervolgens kunnen we toch niet anders dan kort halt te houden bij de Noord-Zuidverbinding. Langs die weg belanden we ten slotte bij het hedendaagse Brussel-Noord, waarbij onze aandacht in het bijzonder gaat naar het bouwkundige.

Station Groendreef

De Groendreef in Brussel ligt aan het kanaal van Willebroek, dat reeds in 1561 geopend werd en Brussel met de Schelde, en zo met de zee, verbond. Derhalve spreekt men ook wel van het Zeekanaal. In het begin van de achttiende eeuw werd de Groendreef aangelegd langs de jaagpaden van het kanaal:

In 1704 werd de Groendreef aangelegd langs de jaagpaden op de oostelijke oever van het kanaal. Om de dreef mooi aan te kleden, werd deze met bomen omzoomd. Ze loopt naar Brussel via de Lakensepoort en de indrukwekkende stadsomwalling, en groeide uit tot een geliefde weg voor mondaine wandeluitstapjes. Met de koets kon men via de Groendreef tal van plekjes bereiken om te ontspannen, en de lommerrijke ventwegen voor voetgangers waren een prachtig decor voor de welkomstceremonie wanneer de stad roemrijke bezoekers ontving.

Territorium Noord: diagnose en huidige dynamiek

De dreef dankt haar naam aan de bomenrij die haar omweefde, als ware zij in een lommerrijk gewaad gehuld. Daarenboven speelde ook een rol dat de vaart tot ver in de negentiende eeuw haar loop tussen de velden vond. Rustig en roerloos wekte deze bomenpracht in de loop van de negentiende eeuw de bewondering van de burgerij en werd zo een voorname promenade. Ook hoge gasten maakten hun intrede in de veste via deze weg, zoals in 1803 toen Napoleon door de voor hem aangelegde Antwerpsepoort zijn opwachting maakte. Na zijn intrede werd de laan een heuse trekpleister: de dreef onderging verbreding, koetsen kregen eigen rijbanen en langs de dreef ontsproten meer herbergen en eetgelegenheden.

NMBS
Figuur 1. Stadskaart van Brussel uit 1835. Ofschoon het nieuwe spoorhof reeds is ingetekend, ontbeert het vooralsnog een naam. Treffend toont deze kaart dat spoorwegen vaak net buiten de stad werden gebouwd (hier net buiten de Vijfhoek). De lezer zij erop gewezen dat het westen op deze kaart bovenaan ligt. Willem Benjamin Craan. Volledige grootte op Wikimedia (220 MiB). Een anderling toeft op Gallica van de Nationale Bibliotheek van Frankrijk, waar de kaart in haar vier oorspronkelijke bladen te bekijken valt.
NMBS
Figuur 2. Steendruk van het „oude station Brussel-Noord” uit 1843. Het betreft het eerste bouwwerk aan de Groendreef. De stationsgebouwen staan aan de rechterkant. H. Gerard en Vandenkerckoven, № 2202, TrainWorld.

Deze Groendreef is het toneel waarop het eerste station van Brussel opgevoerd werd. Dat woord, station, dient in ruime zin begrepen te worden: het omvatte niet meer dan een eenvoudige houten boede voor de kaartenverkopers en een drietal kopsporen met bijhorende spoorkaden. Van dat bouwwerk lijken weinig tot geen beelden bewaard te zijn gebleven.

eerste trein
Figuur 3. Steendruk van de eerste treinrit, die ons de vertrekkende treinen op een panoramische achtergrond van Brussel openbaart. Koning Leopold I mocht om veiligheidsredenen niet meereizen. Vanuit Brussel-Groendreef vertrokken drie locomotieven met in totaal dertig wagons richting Mechelen, en deden ongeveer een uur over de rit, driewerf sneller dan de koets. Minder fortuinlijk was de wederkeer, toen de gehele schare wagons aan dezelfde locomotief gehangen werd. Dampend en briesend kampte die onderweg met technische problemen en moest te Vilvoorde water laden om de weg voort te zetten. Paul Lauters en Théodore Fourmois, № 2192, TrainWorld.

Spoedig na de eerste rit in mei 1835 ontstond de spoortochting11 Spoortoerisme: in de eerste drie maanden reisden naar schatting 160.000 personen met de trein naar Mechelen. Vrijwel onmiddellijk bleek het station te klein, waardoor men snel begon met plannen voor een nieuw en groter station, het Kruidtuinstation. De opening van dit nieuwe station in 1846 betekende het (voorlopige) einde van reizigerstreinen naar de Groendreef. Het station werd volledig herbestemd voor de vracht; in 1843 was al een groot pakhuis gebouwd. Omstreeks 1907 kwam hier ook een einde aan, door de inhuldiging van Thurn en Taxis. Zo werd het station enkel nog bediend door private treinen.

In 1920 herrees het station voor reizigerstreinen. Tevens verrees een nieuw houten stationsgebouw met zes kopsporen. Deze luister was van korte duur: drie decennia later, met de voltooiing van het huidige Brussel-Noord in het vooruitzicht, sloten de deuren voorgoed. Op 16 januari 1954 vertrok rond 16 uur de laatste trein. Niet veel later werden het station en de sporen afgebroken om plaats te maken voor de Helihaven van Brussel.

NMBS
Figuur 4. Brussel-Groendreef na 1920, zicht vanaf de straat. Z00250, TrainWorld.
NMBS
Figuur 5. Brussel-Groendreef na 1920, zicht op het stationsgebouw. Z00250, TrainWorld.
NMBS
Figuur 6. Brussel-Groendreef in 1953. Joop Quanjer, № Q0158, TrainWorld.
NMBS
Figuur 7. Dit keer met meer mensen. Iconografische verzameling, № C-2416, Archief van de Stad Brussel.
NMBS
Figuur 8. De Groendreef en het station (het goederengedeelte) vanuit de Boudewijnlaan. Verzameling Belfius Bank.
NMBS
Figuur 9. Achterzijde van het station met een trein aan het perron in 1953. Iconografische verzameling, № C-17104, Archief van de Stad Brussel.
NMBS
Figuur 10. Schaalmodel van de straatkant van Brussel-Groendreef, uit het voormalige spoormuseum van Brussel-Noord. Rond 1950. 2684, TrainWorld.
Video 1. Beelden van Groendreef. Uit een actualiteitenfilm van Belgavox van 1976 ter ere van de vijftigste verjaardag van de NMBS. F1154_C12551, TrainWorld.

Het Kruidtuinstation

De bekrompen omvang van het station aan de Groendreef en de reusachtige aanwas in treinverkeer noopten ras tot de stichting van een nieuw, omvangrijker spoorhof. Reeds in 1839 (een luttele vier jaar na de ingebruikname van de Groendreef) verwierf men gronden aan de voet van de Kruidtuin teneinde aldaar een nieuw station aan te leggen. Iets later, in 1841, begonnen de werken voor de bouw van het station aan het Karel Rogierplein. Het Kruidtuinstation werd geopend in 1846 en telde zestien sporen. Ook heel wat trams, die de reizigers gebruikten om tussen het noorden en zuiden van de stad te reizen, deden het station aan. Teneinde de lezer niet ten dool te leiden, handhaven we in dit stuk de naam Kruidtuinstation. De naam Brussel-Noord houden we voor het hedendaagse station, ofschoon het oude station toentertijd als Brussel-Noord werd bestempeld.

NMBS
Figuur 11. Kaart omstreeks 1841. Linksonder het station aan de Groendreef, centraal het „voorziene station” waar het nieuwe Kruidtuinstation gebouwd zal worden. Openbare Werken en Stedenbouw (PP-452), Archief van de Stad Brussel.

Ontworpen door François Coppens, een Belgische architect, was het Kruidtuinstation een monumentaal en eclectisch kopstation. Het werd in meerdere trappen opgetrokken: bij de opening in 1846 besloeg het slechts een enkele bouwlaag. Uiteindelijk waren voor de afwerking en de tweede bouwlaag vele jaren nodig: pas in 1862 was het station volledig af.

Het station heeft lange tijd aan het plein gestaan, dat ook veranderingen onderging. Een kort overzicht van het plein zelf leze men op Place Rogier au fil du temps passé.22 Jipé, Place Rogier au fil du temps passé, 2 augustus 2015, Bruxelles-Bruxellons

NMBS
Figuur 12. De voorgevel van het Kruidtuinstation op een postkaart, na 1860. Rechts komt een tram toe aan het wachthuisje voor reizigers. Z00368, TrainWorld.
NMBS
Figuur 13. Het station en het plein op een postkaart, omstreeks 1915.
NMBS
Figuur 14. Duitse soldaten voor het station, tijdens de Eerste Wereldoorlog. rschlimm, Geneanet, CC BY-NC-SA 2.0 FR.
NMBS
Figuur 15. Op de sporen onder de koepel, op 17 juni 1889. René Desclée, № APDCL00425, Plateforme ouverte du patrimoine.
NMBS
Figuur 16. Het station, waarschijnlijk eind 1940, begin 1950. Voor het station staan een aantal militaire voertuigen, maar op de achtergrond is de klokkentoren van het nieuwe station al zichtbaar. cartespostales, Geneanet, CC BY-NC-SA 2.0 FR.
NMBS
Figuur 17. Bezoek van het Wiener Männergesang-Verein in Brussel op 19 mei 1880, ter gelegenheid van de verloving van prinses Stephanie.33 Ter gelegenheid der verloving van H.K.H. prinses Stephanie met Z.K.H. Rudolf, erfprins van Oostenrijk, is het Wiener Männer-Gesang-Verein voornemens, ten getale van 180 man, tegen den 18n mei naar Brussel te vertrekken, ten einde prinses Stephanie op haren verjaardag met liederen en gezang uit haar toekomstig vaderland te verrassen. Uit De Vlaamse School, Jaargang 26. Op het plein voor het Kruidtuinstation. Getekend door Armand Heins, WikiMedia.

Het station had een U- dan wel V-vorm, waarbij een uit staal en glas bestaande koepel zich over de vertrekhal boog. Naar het einde van de koepel werden de zijgevels breder, vandaar soms de benaming V-vorm.

NMBS
Figuur 18. Plattegrond van het Kruidtuinstation. Gares Belges.

De voorzijde was rijkelijk versierd met standbeelden, waarvan verschillende bij de afbraak van het station overgebracht zijn naar het Warandepark in Diest. De zestien treinsporen lagen zoals gebruikelijk bij een kopstation tussen de zijvleugels onder de koepel. Opmerkelijk was het seinhuis, dat zich over alle sporen heen uitstrekte en door zijn speciale vorm ook wel de sigaar genoemd werd.

NMBS
Figuur 19. Het station met tijdelijk dak, voordat de tweede verdieping gebouwd werd. Foto omstreeks 1855 genomen door Louis-Pierre-Théophile Dubois de Nehaut vanuit zijn appartement op het Rogierplein. 2005.100.372.16 in het Metropolitan Museum of Art.
NMBS
Figuur 20. Het seinhuis over de sporen in 1934 met klok. Z03865, TrainWorld.
NMBS
Figuur 21. Een panorama van het seinhuis over de sporen op 11 augustus 1933. Ook een deel van een perron is te zien. Q0554, TrainWorld.
NMBS
Figuur 22. Het station huisde ook een spoormuseum, waarvan hier een foto te zien is, genomen in oktober 1951. De locomotief is de Pays de Waes. Z11086A/R, TrainWorld.
NMBS
Figuur 23. Het verlengde van de perrons in het Kruidtuinstation, ca. 1926-1933. Op de achtergrond is de overkapping zichtbaar. De centrale kar op het perron werd destijds gebruikt om de bagage van reizigers te verplaatsen. Q1311/1312, TrainWorld.
NMBS
Figuur 24. Ingang van het Warandepark in Diest met beelden van het Kruidtuinstation, 2017. Cleynaerts, Wikimedia, CC BY-SA 4.0.

De Noord-Zuidverbinding

Lange tijd smachtte Brussel naar het aansmeden van de ijzeren wegen in het Zuiden en het Noorden van de stad. Al in het jaar onzes Heren 1841 werd de eerste spoorverbinding ontgonnen, ontspruitend bij het Bogaardenstation (de voorloper van Brussel-Zuid) en uitmondend in het station aan de Groendreef. De lijn liep langs de westelijke ringlanen om zo via het kanaal de Groendreef te bereiken. Het beperkte verkeer op de lijn had tot gevolg dat er geen grote belemmeringen waren voor de andere gebruikers, zoals die van de weg en het water. Zoals we al weten kwam daar snel verandering in: door het aanzwellende spoorverkeer werd de lijn alras verzadigd. Hierdoor ondervond de scheepvaart danig hinder, daar de schuiten moesten wachten op de voorbijdenderende treinen. Ook het straatgewoel droeg een zware last: op een bepaald punt werd een wachter aangesteld die de trein voorliep met een rode vlag (of lamp in het donker) en bel, om de omstanders te wijzen op de aankomende trein.

Reeds in 1845 werden wilde plannen gesmeed om de twee kopstations met elkaar te verbinden, middels een spoor dat dwars door de stad zou lopen. Zulks zou ook de kans scheppen om een „centraal” station te bouwen. Tien jaar later kwamen de eerste weloverwogen plannen ten tonele. Traag en stroef verliepen dan de daaropvolgende vijftig jaren van gemeentepolitiek om tot een aanvaard en uitvoerbaar plan te komen.

In 1893 publiceerde Frédéric Bruneel in eigen naam een nieuw plan, dat als de voorloper van de huidige verbinding geldt. Ondertussen was het Zuidstation verplaatst en verbond een grote boulevard (mogelijk gemaakt door de omstreden overwelving van de Zenne) dat station met het Kruidtuinstation in het Noorden. Ook bleven de spoorwegen groeien waardoor de verzadiging des Zuid- en Kruidtuinstations aanstaande was. Derhalve verleende het parlement zijn goedkeuring op 7 april 1903 voor de aanleg van een Noord-Zuidverbinding volgens de plannen van Bruneel. Deze plannen voorzagen in het behoud en de ophoging van het Zuid- en Kruidtuinstation, ongeveer op de plaats waar ze gevestigd waren, maar ook in de bouw van een centraal station in het midden van de verbinding.

De onteigeningen verliepen niet van een leien dakje, zodat de werken pas in 1910 konden aanvangen, waarna ze spoedig onderbroken werden door de Eerste Wereldoorlog. Brussel keek aan tegen een immense, stilgelegde werf waarvan de inwoners en de onteigenden de nadelen moesten ondervinden. Na de oorlog ontbrandde andermaal een felle redetwist over het nut der werken. Bovendien lagen door het oorlogsgeweld duizenden kilometers spoorlijn in puin, wier herstelling prioriteit kreeg.

In het spoor van de elektrificatie van de lijn Antwerpen-Brussel, in 1935, werd het Nationaal Bureau tot Voltooiing der Noord-Zuidverbinding opgericht. Vlijtig hervatte men de afbraak van huizen langs het tracé en zo begonnen de werken weer vaart te maken. De Tweede Wereldoorlog legde de werken niet onmiddellijk stil, maar een tekort aan bouwmaterialen zorgde opnieuw voor een stokking der werkzaamheden. Vol nieuwe daadkracht kwamen de werken in 1947 terug op kruissnelheid, ondertussen met aan het nieuwe vernuft aangepaste plannen: zo werd de tunnel elektrisch en werden twee bijkomende stations voorzien. Op 30 oktober 1951 vond de eerste testrit plaats, en op 4 oktober 1952 werd de verbinding plechtig geopend in aanwezigheid van Koning Boudewijn.

Het plan om de bestaande stations te vrijwaren mislukte evenwel, wat ons bij onze bestemming brengt: Brussel-Noord.

NMBS
Figuur 25. Luchtfoto van Brussel in 1953. Het groene kader toont het station aan de Groendreef (met de goederenloodsen), het oranje het oude Kruidtuinstation in afbraak en het rode het nieuwe station Brussel-Noord in opbouw. UrbIS, Brusselse Gewest.

Brussel-Noord

NMBS
Figuur 26. Voorblad van Treinen, № 2, juni 1951.

Bouw en aanleg

De bouw van het station ving aan rond 1950 en werd voltooid in 1956. Zowel Brussel-Zuid als het Kruidtuinstation moesten wijken voor de Noord-Zuidverbinding, maar men kon de twee drukste stations van Brussel niet stilleggen. Daarom werden beide stations langzaam gebouwd, perron per perron, zodat de treinen steeds het oude dan wel het nieuwe station aandeden.

NMBS
Figuur 27. Bericht aan de reizigers over de sluiting van het oude Brussel-Noord voor reizigers op 29 augustus 1950. 13102, TrainWorld.
NMBS
Figuur 28. De klokkentoren omstreeks 1949: de toren staat al, maar de klok ontbreekt volledig. Z07250, TrainWorld.
NMBS
Figuur 29. De klokkentoren op 15 januari 1951 waar de wijzers nog niet zijn aangebracht. Z07251, TrainWorld.
NMBS
Figuur 30. De klokkentoren vanuit het Kruidtuinstation. 15 maart 1951. Z07254, TrainWorld.
NMBS
Figuur 31. De perrons in Brussel-Noord worden aangelegd. Sporen 10 tot 12 zijn al in gebruik, 22 mei 1951. Z07333, TrainWorld.
NMBS
Figuur 32. Aan de andere kant waar men aan de perrons werkt, 22 mei 1951. Z07333, TrainWorld.
NMBS
Figuur 33. Het viaduct in opbouw en de reeds voltooide klokkentoren, 22 mei 1951. Z07333, TrainWorld.
NMBS
Figuur 34. Het station van de andere kant, 22 mei 1951. Z07333, TrainWorld.
NMBS
Figuur 35. Afbraak van de overkapping van het Kruidtuinstation, met de masten voor de bovenleiding en de klokkentoren op de achtergrond, 22 mei 1951. Z07333, TrainWorld.
NMBS
Figuur 36. De klokkentoren langs de kant van de sporen. De betonnen fundering met mast voor de bovenleiding is al gebouwd; de spoorberm moet nog opgehoogd worden tot de bovenkant van die betonnen fundering. 17 juni 1951. Z07290, TrainWorld.
NMBS
Figuur 37. De sporen en gebouwen gezien vanop de klokkentoren. 18 april 1952. Z07285, TrainWorld.
NMBS
Figuur 38. Kruidtuinstation vanop de klokkentoren. 18 april 1952. Z07285, TrainWorld.
NMBS
Figuur 39. Werken aan perrons 1, 2, en 3 op 28 mei 1953. Z07301A/D, TrainWorld.
NMBS
Figuur 40. Werken aan perrons 1, 2, en 3 op 28 mei 1953 vanuit de andere kant van het station. Ook het gebouw zelf is nog in volle opbouw. Z07301A/D, TrainWorld.
NMBS
Figuur 41. Verder van het station is duidelijk dat de ophoging voor de sporen nog moet gebeuren: het niveau zal gelijk lopen met de bovenkant van de betonnen fundering der masten van de bovenleiding. 28 mei 1953. Z07301A/D, TrainWorld.
NMBS
Figuur 42. Klokkentoren, rechts zijn nog restanten van het Kruidtuinstation zichtbaar. 10 augustus 1953. Z07299, TrainWorld.
NMBS
Figuur 43. Het stationsgebouw vanop de klokkentoren. De luifel van sporen 1 en 2/3 zijn nog niet afgewerkt. 10 augustus 1953. Z07299, TrainWorld.
NMBS
Figuur 44. Werken aan perrons 1, 2, en 3, met de luifel in het bijzonder. Sporen 3 tot 12 zijn al in gebruik, augustus 1953. Z07306, TrainWorld.
NMBS
Figuur 45. Werken aan perron 2/3, augustus 1953. Z07306, TrainWorld.
NMBS
Figuur 46. Werken aan perron 1, van boven gezien, augustus 1953. Z07306, TrainWorld.
NMBS
Figuur 47. De werken aan de binnenkant van de wachtzaal in augustus 1953. Op het vlak op de achtergrond komt de Noordster. Z07295, TrainWorld.
NMBS
Figuur 48. De wachtzaal in de andere richting. Waar het museum komt is nog geen gebouw: vandaar het daglicht dat door de stellingen schijnt, augustus 1953. Z07295, TrainWorld.
NMBS
Figuur 49. Detail van het plafond van de hal waar nog geen lampen aangebracht zijn. Augustus 1953. Z07295, TrainWorld.
NMBS
Figuur 50. Werken aan de uitgang aan de Aarschotstraat, ca. 1955. Z07311, TrainWorld.

Vormgevers en functionele eisen

Het nieuwe station Brussel-Noord draagt de stempel van architect Jacques Saintenoy. Na zijn dood werd het project verder uitgevoerd door zijn vader, Paul Saintenoy, en na diens verscheiden door Jean Hendrickx van den Bosch.

We zagen reeds dat de bouw van dit station rechtstreeks een gevolg was van de aanleg der Noord-Zuidverbinding, en er dus innig mee verweven was. Om de ingang van de tunnel mogelijk te maken, werd het nieuwe station ongeveer 350 meter noordelijker dan het bestaande station gebouwd. Het bestaat uit twaalf sporen die vervolgens samenvloeien tot de zes sporen van de Noord-Zuidverbinding.

Daarnaast werden de sporen verhoogd tot zeven meter boven het straatpeil. Brussel-Noord ving dit hoogteverschil op met een zijner kenmerkende eigenschappen: de meeste reizigersvoorzieningen bevinden zich op een tussenvloer, op een hoogte van ongeveer vier meter. Alhier vindt men de lokettenhal, neringen, de reizigerstunnels, en dies meer. Vanuit deze wandelgangen moeten de reizigers dan de laatste drie meter overbruggen naar de perrons.

Oorspronkelijk werd voorzien in een esplanade op de hoogte van de tussenverdieping. De trams beklommen ook deze helling om de reizigers pal voor de poorten af te zetten. Al snel werd dit deel van het plan opnieuw bekeken in het licht van het toenemende autoverkeer, in een poging de „parkeergelegenheid uit te breiden”.

NMBS
Figuur 51. Plattegrond van het tussenverdiep van het station. Dit is de verdieping met de reizigersfaciliteiten: centraal onderaan de wachtzaal, met loketten, en vandaar de vertrektunnel. Aan weerszijden de tunnels voor afvoer van aankomende reizigers. Treinen, № 2, juni 1951.
NMBS
Figuur 52. Plattegrond van het gelijkvloers van het station, met voornamelijk voorzieningen voor bagage. Treinen, № 2, juni 1951.
NMBS
Figuur 53. Tekening van de wachtzaal (ook wel wandelzaal of vertrekzaal genoemd). Merk de reclame aan de Noordster op. Treinen, № 2, juni 1951.

Architecturale omschrijving

Het stationsgebouw is opgetrokken in modernistische stijl, met referenties aan het classicisme. Sinds 2025 is het ook ingeschreven op de bewaarlijst als monument.44 Brussel erkent Noordstation als monument, 28 november 2025. Een beschrijving van het gebouw kunnen we dan ook overnemen uit die inschrijving.

Brussel-Noord is 210 op 22 meter en bestaat uit een lang rechthoekig gebouw met een symmetrisch opgestelde structuur van gewapend beton. Beginnende aan de zuidkant, vinden we achter een vierkante toren drie bouwvolumes, met tot slot een paviljoen aan de noordzijde.

NMBS
Figuur 54. Gevel van het station aan de Vooruitgangstraat. Bernard, Spoorse Zolder.

Het centrale bouwvolume bestaat uit een enkele bouwlaag en herbergt voornamelijk de lokettenzaal. De gevel bestaat uit twee registers55 Een register is een doorlopende, horizontale gevelstrook die visueel als eenheid afgebakend kan worden, bijvoorbeeld met lijsten of raamreeksen. Vaak valt een register samen met een verdieping of bouwlaag, maar hier bijvoorbeeld niet. met witte stenen bekleding: de eerste, die niet erg hoog is, werd oorspronkelijk benadrukt door een doorlopende luifel en bevatte de ingangen. Een axiaal portaal, met smalle deuren en een lichte uitsprong, deed dienst als de centrale toegangspoort.

Het tweede register wordt geritmeerd door zeven doorlopende traveeën66 Een travee is een verticale geleding die bepaald wordt door twee opeenvolgende steunpunten, zoals kolommen, pijlers of raamassen. met nissen. De centrale travee, boven de centrale ingang, bestaat uit drie ramen. Aan beide kanten bestaan drie verdere traveeën elk uit twee ramen. Twee voorbouwen77 Een voorbouw of risaliet is een deel van de bouwmassa dat naar voren springt ten opzichte van de gevel. sieren het centrale bouwvolume bij de overgang naar de aangrenzende volumes. Deze bestaan elk uit een travee, met op de hoeken opeenvolgende insprongen die in een getrapte bekroning uitmonden.

NMBS
Figuur 55. Detail van het middelste bouwvolume met enkele kernaspecten aangeduid.

De twee aanpalende volumes zijn gespiegeld opgesteld, beide bestaande uit vier verdiepingen. De voornoemde voorbouwen doorboren deze volumes. Het noordelijke volume was oorspronkelijk bestemd voor een buffetrestaurant, bagageopslag, een spoorwegmuseum en verschillende lokalen op de bovenverdiepingen. In het zuidelijke volume zouden diverse kantoren, een dubbel elektrisch seinhuis, de woning van de stationschef en de telefooncentrale worden ondergebracht.

De volumes worden geritmeerd door twee brede pilasters88 Een pilaster is een vlakke, rechthoekige muurverzwaring, die licht uit de gevel naar voren springt. De pilaster imiteert vaak een zuil, kolom, of voorbouw maar heeft een louter visuele functie. die de buitenste uitgangen omlijsten, visueel aansluitend bij de voornoemde voorbouwen. In de richting van het centrale gedeelte volgen vijf traveeën elkaar op, met beglaasde traveeën voor het voormalige restaurant in het noordelijke gedeelte, met open traveeën voor de overdekte galerij in het zuidelijke gedeelte, vergezeld van twee in de pilasters ingewerkte portalen. In de bovenste bouwlaag zijn de drie uiterste traveeën gegroepeerd in eenzelfde omlijsting.

Nog verder naar het noorden bestaat het paviljoen uit twee lagen, oorspronkelijk gereserveerd voor de koninklijke salon en de bijbehorende hal. Het paviljoen werd versterkt door hoekpilasters met insprongen.

Aan de zuidelijke kant wordt het station afgesloten door de klokkentoren, bestaande uit tien verdiepingen, met kantoren, trappen en een lift. De vier zijden zijn opengewerkt met een travee die analoog is aan die van de andere volumes. Elke zijde is bekroond door een paneel en een klok.

Buitenzijde

Brussel-Noord ligt aan de Vooruitgangstraat, maar die zag er oorspronkelijk helemaal anders uit. Zo beschikte het station over een esplanade waar de stadstrams stopten op de hoogte van de lokettenzaal. Het Manhattanplan voorzag evenwel in een grootse kruising van de autosnelwegen Londen-Constantinopel en Amsterdam-Parijs. We verkeren hier immers in de jaren zestig: de wagen heerste als een oppermachtige vorst. De overtuiging leefde dat zulke kruising zou leiden tot een bruisende zakenwijk. Om botsingen te vermijden en het autoverkeer onbelemmerd te laten stromen, zou alle voetgangersverkeer op een hoogte van dertien meter moeten plaatsvinden, met verheven wandelpaden. Het station had dus een nieuwe ingang nodig op die hoogte.

Die kruising zag uiteindelijk nooit het levenslicht, maar de zakenwijk wel, met onder andere het Brusselse World Trade Center. In 1974 voerde men daarom plannen uit in de geest van het Manhattanplan: een multimodaal transportcentrum, het Communicatiecentrum Noord (afgekort tot CCN). Door de verslechterende economische omstandigheden werd de hele Noordwijk uiteindelijk trager en minder groots gebouwd dan gepland. Zo ook het Communicatiecentrum Noord, dat in fasen gebouwd werd.

Ten gevolge van de bouw van het Communicatiecentrum Noord is de gevel van het Noordstation sinds de jaren zeventig aan het zicht onttrokken. Dit duurde tot 2025, toen het CCN werd afgebroken, waardoor de gevel opnieuw zichtbaar werd. Weldra verdwijnt hij waarschijnlijk wederom; zie de paragraaf verder in dit stuk over de toekomst.

NMBS
Figuur 56. De voorgevel gezien vanuit straathoogte, 6 juni 1953. Z07307, TrainWorld.
NMBS
Figuur 57. Ingang van de esplanade aan de zuidkant, terwijl het station nog in opbouw is, op 1 augustus 1953. Z07288, TrainWorld.
NMBS
Figuur 58. Afgewerkte esplanade vanop de straat, waar nu een toegangstrap toegevoegd is, ca. 1957. De trap geeft toegang tot de esplanade. Z07312, TrainWorld.
NMBS
Figuur 59. Tramhalte aan de Vooruitgangstraat in de jaren vijftig, op de verhoging. Collectie NMBS via HemelsBrussel.
NMBS
Figuur 60. Verhoging voor de tram en de Vooruitgangstraat in de jaren vijftig, met trams en mensen in de weer. Collectie MIVB via HemelsBrussel.
NMBS
Figuur 61. Ander zicht op de verhoging voor de tram en de Vooruitgangstraat in de jaren vijftig. Collectie MIVB via HemelsBrussel.
NMBS
Figuur 62. Verhoging voor de tram en de Vooruitgangstraat in de jaren vijftig, alsook een parking. De reclame op de toren valt op. Collectie NMBS via HemelsBrussel.
NMBS
Figuur 63. Ingang aan de Vooruitgangstraat omstreeks 1966. Een tram stopt op de esplanade voor het station. Temmerman, via het Trammuseum.
NMBS
Figuur 64. Bouw van het CCN in de jaren zeventig, volgens de afgeslankte plannen. Later werden nog verdiepingen bijgebouwd. Collectie NMBS via HemelsBrussel.
NMBS
Figuur 65. Luchtfoto van het Noordstation en het CCN in de jaren tachtig. Collectie NMBS via HemelsBrussel.
NMBS
Figuur 66. Het Communicatiecentrum Noord en het Noordstation, op 18 augustus 2015. Matthias Nonnenmacher, Wikimedia, CC BY-SA 4.0.
NMBS
Figuur 67. Gevel gezien vanop de Simon Bolivarlaan (of -plein), februari 2025. Barbara Boulet, RTBF.
NMBS
Figuur 68. Gevel omstreeks maart 2025. Bart Dewaele, In beeld: de gevel van het Noordstation in volle glorie, Bruzz.
Video 2. Op bezoek in de klokkentoren. In de video zien we de achterkant van de klok, naast de lege toren. Wat bevindt er zich in de toren (met klok) van Brussel-Noord?, Jean-Marie Binst en Luana Difficile, Bruzz.

De monumentale hal

Monumentaal of ontzagwekkend zijn rake beschrijvingen van de grote hal, in het bijzonder naar de maatstaven der Belgische stations. Vanouds staat deze zaal te boek als de lokettenzaal, vermits de loketten daar aanwezig waren in de oorspronkelijke uitvoering. De namen wachtzaal en vertrekhal worden ook gebruikt, naast haar naam in het Frans: la salle des pas perdus.99 Letterlijk de hal der verloren stappen. Deze bewoording is in het Frans de benaming voor een grote wachtzaal van een publiek gebouw, zoals een station of gerechtsgebouw. Vandaar dat de traphal van het Justitiepaleis ook zo genoemd wordt.

De benaming vertrekhal verdient enige duiding. Het station beschikt over drie reizigerstunnels die verbonden zijn met de perrons. Oorspronkelijk waren deze tunnels bedoeld voor verkeer in een richting. De middelste tunnel, die vertrekt vanuit de hal, was voorbehouden voor de vertrekkende reizigers. De tunnels aan weerszijden waren dan logischerwijs voor de uitstappende reizigers.

Tot slot valt op dat reclame al vroeg aanwezig was in de hal: boven de treinaankondiger en zelfs rond de Noordster.

NMBS
Figuur 69. Vertrekhal vanop de trap naar het spoorwegmuseum. Rechtsonder is de oorspronkelijke kiosk te zien, terwijl links de gangen onder de perrons en de loketten te zien zijn. Hier is ook duidelijk de reclame rond de Noordster te zien. Omstreeks 1957. Z07309, TrainWorld.
NMBS
Figuur 70. Loketten in de vertrekhal aan weerskanten van de gang naar de perrons. Omstreeks 1957. Z07309, TrainWorld.
NMBS
Figuur 71. Vertrekbord boven de gang naar de sporen, met erboven ook reclame. Het vertrekbord is een mechanische treinaankondiger, een klapperbord. Omstreeks 1957. Z07309, TrainWorld.
NMBS
Figuur 72. Vertrekhal van de andere kant van de hal (onder de Noordster), waardoor nu de ingang naar het spoorwegmuseum zichtbaar is. Linksonder is de kiosk. Omstreeks 1957. Z07309, TrainWorld.
NMBS
Figuur 73. Het aankondigingsbord in de vertrekhal, 1960. Het gaat om advertenties van de Dienst voor Toerisme van de stad Gent, ter promotie van een fotowedstrijd, een klank- en lichtspel in de Sint-Baafsabdij, een bloemencorso en de Gentse Floraliën. Z07310, TrainWorld.
NMBS
Figuur 74. Een kiosk voor versnaperingen en dranken in de vertrekhal, in 1960. Z07310, TrainWorld.
NMBS
Figuur 75. Vertrekhal op 22 oktober 1962. Z06980, TrainWorld.
NMBS
Figuur 76. Er waren aparte loketten voor binnenland, buitenland en abonnementen. Auto’s zonder bestuurder was destijds letterlijk te nemen: onder het huren van een auto verstond men wat we nu een taxi noemen: een voertuig met chauffeur. Daarom was de toevoeging zonder bestuurder nodig: om duidelijk te maken dat men die er niet bij kreeg. Vermoedelijk 1950-1960. Z05162, TrainWorld.
NMBS
Figuur 77. In 1966 werd een reeks historisch rollend materieel tentoongesteld in het station. K00200A/I, TrainWorld.
NMBS
Figuur 78. Detailzicht op de loketten, omstreeks 1960. Z10069V, TrainWorld.
NMBS
Figuur 79. De mechanische treinaankondiger in 1984. Treinen zijn gegroepeerd per bestemming, niet chronologisch. Z05192a/b, TrainWorld.
NMBS
Figuur 80. Loketten begin 2010. ホーミンさん, ブリュッセルを拠点にベネルクス三国鉄道の旅  初心者向け乗車ご指南編, 4travel.jp.
NMBS
Figuur 81. Breder zicht van de loketten, de automaten en een deel van de hal. 19 mei 2010. jean-charles, ReflexCity.
NMBS
Figuur 82. Ander zicht van de loketten rond 2010 (datum onbekend).
NMBS
Figuur 83. De trap naar het spoorwegmuseum. 19 mei 2010. jean-charles, ReflexCity.
NMBS
Figuur 84. Overzicht van de wachtzaal op 25 september 2010. Fabian318, Wikimedia, CC BY-SA 3.0.
NMBS
Figuur 85. Werken in de hal op 25 april 2012. Le Penseur, SkyscraperCity.
NMBS
Figuur 86. Hal in 2013. De kiosk is groter geworden, allerlei posters staan in de hal en de loketten zijn verdwenen. Benonie, SkyscraperCity.
NMBS
Figuur 87. De hal omstreeks 2017, voor de renovatiewerken. Арина Олейник, TravelAsk.
NMBS
Figuur 88. Werken in de hal rond 5 juni 2018. Glodenox, SkyscraperCity.
NMBS
Figuur 89. Reizigerstunnel en treinaankondigingen, juni 2018. Glodenox, SkyscraperCity.
NMBS
Figuur 90. Werken in de hal, juni 2018. Glodenox, SkyscraperCity.
NMBS
Figuur 91. De wachtzaal met de Noordster op 19 september 2018. Pascal Franche, Flickr.
NMBS
Figuur 92. Werken in de hal in december 2018. 859098, SkyscraperCity.
NMBS
Figuur 93. Vernieuwde wachtzaal gezien vanop de trap naar het voormalige spoorwegmuseum, 7 februari 2020. Stratoswift, Wikimedia, CC BY-SA 4.0.
NMBS
Figuur 94. De wachtzaal op 22 oktober 2025. Schermen zorgen nu voor de vertrektijden. Andrew Peter Martin, Flickr.

De reizigerstunnels

Het zicht op de reizigerstunnels bij de opening blijft vooralsnog in nevelen gehuld: beelden zijn niet gevonden. Dat de vertrekkende en aankomende reizigers gescheiden tunnels hadden, hebben we hiervoor al besproken.

Een ander detail is dat men destijds in het bezit van een ticket diende te zijn om toegang te krijgen tot de perrons. Controle van dat ticket gebeurde in Brussel-Noord aan de ingang van de vertrektunnel. De hokjes onder de treinaankondiger huisvestten de kaartjesafnemers die daarop toekeken.1010 Catherine Walravens. Kaartjesafnemer, juni 2025, TrainWorld. Medereizigers uitzwaaien kon nog steeds: te dien einde vermocht men een perronkaartje aan te schaffen, dat toegang bood tot de perrons, maar niet tot de treinen.

Bij de recentste grote renovatie van het station (voltooid rond 2020) zijn de reizigerstunnels volledig vernieuwd: er zijn geen noemenswaardige originele elementen meer.

NMBS
Figuur 95. De vertrektunnel, met de kaartjesafnemers die de reizigers controleren. Circa 1950-1960. Z10068S, TrainWorld.
NMBS
Figuur 96. Reizigers wachten om toegelaten te worden tot de tunnel. Circa 1950-1960. Z10070R, TrainWorld.
NMBS
Figuur 97. Reizigers in een van de tunnels, 7 augustus 2007. D3055, TrainWorld.
NMBS
Figuur 98. Een der tunnels onder de sporen omstreeks 2009. Benonie, SkyscraperCity.
NMBS
Figuur 99. De centrale tunnel omstreeks 2020, na de renovatie. Persdienst NMBS.
NMBS
Figuur 100. Een van de andere tunnels na de renovatie.

De perrons

De perrons, zoals op een aantal afbeeldingen al te zien is, zijn niet wezenlijk veranderd. Wel is de tand des tijds niet geheel ongemerkt aan dit oord voorbijgegaan, wat te zien valt aan de vernieuwde verlichting, de aanduidingen, de borden, enzovoort. Schril is evenwel het onderscheid tussen de opvallende aanwezigheid van bloemen en planten van weleer en hun hedendaagse ontstentenis.

NMBS
Figuur 101. Perron 4, met een trein naar Sint-Niklaas van 11.24 u. aan het perron. We zien de typerende houten zitbanken, maar ook de verlichting, naast een mechanische aankondiger. Mei 1953. Z06698, TrainWorld.
NMBS
Figuur 102. Een wachthuisje op perrons 4 en 5, samen met een klok. Mei 1953. Z06698, TrainWorld.
NMBS
Figuur 103. De trappen (en roltrap) die toegang geven tot perrons 7/8. Deze tunnel was voor vertrekkende reizigers. Mei 1953. Z06698, TrainWorld.
NMBS
Figuur 104. De uitgangstunnel van perrons 4/5. Mei 1953. Z06698, TrainWorld.
NMBS
Figuur 105. Perron 1, circa 1960-1970. K00189, TrainWorld.
NMBS
Figuur 106. Alle perrons zoals gezien vanop perron 1, circa 1960-1970. K00189, TrainWorld.
NMBS
Figuur 107. Een trein op de sporen, in juli 1979. My Digital Scrapbook, Flickr, CC BY-NC 2.0.
NMBS
Figuur 108. Mechanische treinaankondiger op perron 4, met daarop de IC-trein naar Kortrijk van 11.06 uur. Circa 1984 - 1990. Z05174, TrainWorld.
NMBS
Figuur 109. De toen recent vernieuwde perrons. Focus op de bloembakken. Oktober 2000, Denis Moinil. D1482/1483, TrainWorld.
NMBS
Figuur 110. De toen recent vernieuwde perrons. Focus op de telefooncellen. Oktober 2000, Denis Moinil. D1482/1483, TrainWorld.
NMBS
Figuur 111. De toen recent vernieuwde perrons. Focus op de vertrektoestellen voor treinbegeleiders. Oktober 2000, Denis Moinil. D1482/1483, TrainWorld.
NMBS
Figuur 112. De toen recent vernieuwde perrons. Focus op de binnenkant van een wachthuisje met de typerende houten banken. Oktober 2000. Denis Moinil, № D1482/1483, TrainWorld.
NMBS
Figuur 113. De toen recent vernieuwde perrons. Focus op banken op perron 12. Oktober 2000. Denis Moinil, № D1482/1483, TrainWorld.
NMBS
Figuur 114. Het perron op 12 augustus 2008. Op het perron verwacht men de CityRail-trein naar Leuven. David Edgar, Wikimedia, CC BY-SA 3.0.
NMBS
Figuur 115. Perrons op 14 april 2021. Smiley.toerist, Wikimedia, CC BY-SA 4.0.
NMBS
Figuur 116. Werken aan perron 9, 18 augustus 2024. Japplemedia, Wikimedia, CC BY-SA 4.0.

Andere ruimtes

Zoals elk station in die tijd had Brussel-Noord ook een stationsrestaurant of -buffet. Informatie hierover is schaars: waarschijnlijk is het restaurant gesloten ten laatste in de jaren negentig.1111 Zie A. Buyskens, De stationsbuffetten, Het Spoor, januari 1964.

NMBS
Figuur 117. Het stationsbuffet op 13 mei 1957. Z07263, TrainWorld.
NMBS
Figuur 118. Het restaurant en buffet op 22 oktober 1962. Z06980, TrainWorld.
NMBS
Figuur 119. Het restaurant en buffet op 22 oktober 1962. Z06980, TrainWorld.
NMBS
Figuur 120. Het restaurant en buffet op 22 oktober 1962. Z06980, TrainWorld.

In 1951 werd het eerste treinmuseum van de NMBS geopend, toen nog in de gebouwen van het Kruidtuinstation, ter ere van het vijfentwintigjarig bestaan der maatschappij. Bij de sloop verhuisde men het museum naar het nieuwe Brussel-Noord, op 11 juli 1958. Daar bleef het museum tot 2007, om uiteindelijk opgenomen te worden in TrainWorld, dat zijn deuren opende in 2015.

NMBS
Figuur 121. Deuren naar het museum, rond 2006.

Nu is de ruimte een huurbare vergader- en evenementenruimte, Track.

NMBS
Figuur 122. Nieuwe deuren naar de zaal.
NMBS
Figuur 123. De zaal, met op de achtergrond de Noordster, zichtbaar door de deuren.
NMBS
Figuur 124. De hal gezien vanop de verdieping binnen in de ruimte.

De Noordster

Sinds de inwijding van het station prijkt de Noordster, fier getooid met het B-letterteken, aan de zuidelijke wand der grote hal, zoals op menige figuur reeds te aanschouwen viel. Een veelgeopperde opvatting luidt dat de ster verwijst naar de Étoile du Nord, een vermaarde treindienst tussen Amsterdam en Parijs (tussen Brussel en Parijs bij de aanvang).

NMBS
Figuur 125. Affiche voor de trein tussen Brussel en Amsterdam, in art-decostijl uit 1927 door A.M. Cassandre.
NMBS
Figuur 126. De ster voor de renovatie, omstreeks 2014. Saskia Vanderstichele.

Schromelijk werd de ster in haar voortbestaan bedreigd bij de aanvang der recentste herstelwerken. De NMBS was in 2014 van zins de ster te verplaatsen naar een museum en het logo van Het Station of een dynamisch scherm in de plaats te hangen. Naar haar opvatting paste de ster niet in de moderne opzet van een station. Gelukkig was er luid en georganiseerd protest tegen deze beslissing. Ten langen leste (eind 2014) zwichtte de NMBS, waarna de ster in ere werd hersteld en op haar vaste plaats mocht blijven stralen. De leidsman dezes verzets is Knack-journalist Stijn Tormans, uit wiens inspanningen een Facebookgroep ontsproot.

NMBS
Figuur 127. Wat de nieuwe wand zou geworden zijn, uit de conceptfoto’s van de renovatie.
NMBS
Figuur 128. Een tekening door Tom Schamp ter ondersteuning van de beweging.
NMBS
Figuur 129. De Noordster na de renovatie, 8 oktober 2018. Christophe Chabot, Flickr.

Reclame in Brussel

Gelijk op menige figuur te ontwaren valt, is reclame onmiddellijk aanwezig in het Noordstation, en wel in de vertrekhal, maar ook op de statige klokkentoren. Dit was niet opgenomen in de plannen, maar naderhand toegevoegd door de NMBS als bron van inkomsten. Het behandelen van de (neon)reclame in Brussel ten tijde van Expo 58 is voer voor een andere keer. Toch maken we een kleine omweg, specifiek om de reclame op de klokkentoren te kaderen.

De reclame op de klokkentoren van het station was voor het Franse levensverzekeringenmerk Union Vie, wijd en zijd bekend om zijn opvallende reclame. Informatie over het merk zelf is schaars, maar waarschijnlijk hield de merknaam op te bestaan eind jaren zestig. De reiziger zal niet vreemd opgekeken hebben van deze plaatsing: vergelijk bijvoorbeeld met het Martinigebouw, iets verderop. In het algemeen was dit een periode met veel reclame op gebouwen, waardoor de klokkentoren naadloos aansloot bij de omgeving.

NMBS
Figuur 130. Het Martinigebouw op het Rogierplein in de jaren 60. Uit de tentoonstelling Brussel '50 '60.
NMBS
Figuur 131. Het bedrijf was trots op zijn reclame: op de rug van speelkaarten herkennen we duidelijk de toren van Brussel-Noord.

Toekomst

Zoals we al zagen werden grote delen van het station eind 2025 ingeschreven in het register van het gevrijwaard erfgoed. Dat betekent evenwel niet dat het nu een beschermd monument is: hoewel vaak door elkaar gebruikt, is dat een term voor een specifieke juridische status, die het station niet heeft. De juistere benaming is gevrijwaard monument. Het verschil is dat bescherming de allerstrengste eisen stelt en het monument in wezen ongewijzigd wil bewaren. Dat vond de Brusselse regering niet verzoenbaar met het actieve gebruik van het gebouw als treinstation. De vrijwaring is minder streng: aanpassingen zijn mogelijk, zolang de wezenlijke erfgoedkenmerken, die aan de basis van de vrijwaring lagen, niet in het gedrang komen.

Grotere veranderingen zijn wel op til in de belendende oorden. Met de afbraak van het CCN was het station voor het eerst in lange tijd weer volledig vrij. Die afbraak had wel niet tot doel de stationsgevel vrij te maken: men wil er andere gebouwen optrekken. De plannen maken gewag van vier torens op de vrijgemaakte ruimte, al lijkt het erop dat deze het zicht op het station minder zullen belemmeren dan het geval was met het CCN. Momenteel lopen de aanvragen voor de vergunningen, en zoals steeds zijn er allerlei bezwaren, waardoor het onzeker is wat er nu precies zal gebouwd worden.

NMBS
Figuur 132. Gesimuleerde luchtfoto van een voorstel uit 2019. BEEL-architecten.
NMBS
Figuur 133. Gesimuleerde foto’s van de beoogde bouwwerken. architectesassoc.
NMBS
Figuur 134. Gesimuleerde foto’s van de beoogde bouwwerken. architectesassoc.
NMBS
Figuur 135. Gesimuleerde foto’s van de beoogde bouwwerken. architectesassoc.
NMBS
Figuur 136. Gesimuleerde foto’s van de beoogde bouwwerken. architectesassoc.
NMBS
Figuur 137. Realistischer beeld van hoe het er zou moeten uitzien. AG Real Estate.

Bronnen

In zeldzame gevallen zijn bronnen als voetnoot toegevoegd, voornamelijk als ze slechts een bepaald onderdeel staven. De overige bronnen staan in onderstaande lijst.

Deze bronnen lijken niet beschikbaar, maar hebben mogelijkerwijs nuttige kennis:

  • Y. Blomme, J. Petit. Les trois gares de Bruxelles, Rythme, 14, april 1953, pp. 5-15.

  1. Spoortoerisme
  2. Jipé, Place Rogier au fil du temps passé, 2 augustus 2015, Bruxelles-Bruxellons
  3. Ter gelegenheid der verloving van H.K.H. prinses Stephanie met Z.K.H. Rudolf, erfprins van Oostenrijk, is het Wiener Männer-Gesang-Verein voornemens, ten getale van 180 man, tegen den 18n mei naar Brussel te vertrekken, ten einde prinses Stephanie op haren verjaardag met liederen en gezang uit haar toekomstig vaderland te verrassen. Uit De Vlaamse School, Jaargang 26.
  4. Brussel erkent Noordstation als monument, 28 november 2025.
  5. Een register is een doorlopende, horizontale gevelstrook die visueel als eenheid afgebakend kan worden, bijvoorbeeld met lijsten of raamreeksen. Vaak valt een register samen met een verdieping of bouwlaag, maar hier bijvoorbeeld niet.
  6. Een travee is een verticale geleding die bepaald wordt door twee opeenvolgende steunpunten, zoals kolommen, pijlers of raamassen.
  7. Een voorbouw of risaliet is een deel van de bouwmassa dat naar voren springt ten opzichte van de gevel.
  8. Een pilaster is een vlakke, rechthoekige muurverzwaring, die licht uit de gevel naar voren springt. De pilaster imiteert vaak een zuil, kolom, of voorbouw maar heeft een louter visuele functie.
  9. Letterlijk de hal der verloren stappen.
  10. Catherine Walravens. Kaartjesafnemer, juni 2025, TrainWorld.
  11. Zie A. Buyskens, De stationsbuffetten, Het Spoor, januari 1964.